af-(of-)kalve(n)1) inzakken van duinrand of slootkant d. te grote steilte of ondermijning: Z.eil.; Z.V.W.; G. (Gdr.); Ofl. (Azn.).Zie: afkankere(n); afkèrrve(n); inkalve(n); inkankere(n); inkwelpen; uutkalve(n).1) plaats. uitspr. zie kallf.