bandgeld

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
bandgeld

bandgeld fooi a. d. knecht gegeven die op de koopdag de paarden of koeien voorleidde: W. (Osb.; Grij.; Dob.); Z.B. (Kn.; Ier.); N.B. (Wsk.); Z.V.W.; L.v.Ax.; Pl.; Wdo. de fooi voor paarden bedroeg
F 2 50 die voor koeien f 1 -.
Aant. Kn.; ler.; Bks.; Obg.: alleen bek. v. koeien; Bij verkoop v. koeien en varkens de fooi werd a. d. meid gegeven; fooi a. knecht (paarden); a. koeiejongen (koeien): L.v.Ax.
Zie:
aflanggeld.