ochend

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Woord
ochend

ochend ochtend in 't bz. het eerste deel v. d. ochtend tot 8 of 9 uur: Z.eil.; G.; Ofl.
Aant.: met n-voorvoeging: 's nochens (nst. 's ochens) geg. d. W. (Dob.; Aag.; Wkp.); Z.B. (Bld.); ochtienk: Lv.Ax.; ochtienk uchtienk: Z.V.W.; 't Was 'n kouwen-ochtienk: Ax.; Wat eit't geregend van d'n-ochtienk; Zsg.
Aant. Z.V.W.: vooral in de samenstelling morgen- mergenochtienk -uchtienk; met n-voorvoeging: 's nochtienks 's nuchtienks geg. d. Bvt.; nuchtienk: L.v.H.
Zie:
morgen.