schabbe

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
schabbe

schabbe werkkiel visserskiel: W. (omg. Mdb.; Vre.; Wkp.); Z.B. (Wolf.; Ha.; Hkz.; Gs.; Ktg.; Ier.; Wmd.); Sch. (Kwv.; Bh.; Hsd.); Z.V.W.; L.v.Ax.; L.v.H.; schabber geg. d. Njoos.; Kb.; Aant.: de vorm schappe voor Sch.-D. opgeg. niet bev. In de 19e eeuw werd op Z.B. een zwart bombazijnen schabbe over de hemdrok gedragen: Hkz.; op W. als dracht v. d. dijkwerkers te Wkp. gedragen: als vissers- en zeilersdracht wordt e. rode of meniekleurige schabbe gedragen: Vre.
Zie:
schobbejak.

2. schabbe ruwe plank buitenste plank v. e. gezaagde boom met bast eraan: N.B. (Kg.); T. (Mtd.; Po.); Sch.-D. (Zr.; Elm.; Rns.; Ng.; Serk.; Rns.; Bh.; Hsd.; Bns.). Aant. Rns.; o.m. gebruikt voor het beschieten v. e. schuurdak: iepe schabben eike schabben. Zie:
schaeldêêl
schaolstik.