wanland laag moerassig land: Sch.-D. (Kwv.; Rns.; Elm.; Bh.; Hsd.; Ow.); Azn. Zie: onland wanveld en verg. wankant.
wanlicht (uitspr. wallicht): 'n wallicht van 'n jongen: e. jongen die niet deugen wil waar niets mee te beginnen is: alleen geg. d. T. (Mtd); 'n wallich(t)se jongen: Mtd.; Scherp.
wanmeule(n) kafmolen wel gehoord doch zie windmeule(n).
test