Zeeuws woordenboek

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
achterlaen

het achterlaen de schippersplaats i. h. voorlogies: v. d. Goereese sloep: beugvisserij Mdh. (F. en T. 26).

achterliende

d'achterliende -liene1): 1. gedeelte v. d. kruisliene dat men in de hand houdt: W.; Z.B. (Hkz.; Ktg.; Ier.); N.B. (Col.); T. (Tln.; Scherp.); Sch.-D. (Rns.; Srd.; Bns.); Z.V.W.; L.v.Ax. (Nz).); Ofl. (Odt.; Dl.; achterliene: Azn.).
Zie:
Achterbêên.
2. het trektouw om de laadboom v. e. voer hooi enz. vast te zetten: Z.B. (Ier.; Rll.); Sch.-D. (Bwh.; Bns.); Olf.; G. (Gdr.).
Zie:
mennerêêp(e);
poengerrêêpe;
pongerliene;
pongertouwe;
rêêpe.
1) plaats vormen
Zie:
liene.

achtermanskind

achtermanskind buitenechtelijk kind opg. W. (Ok.; Grij.) veroud.

achtermiddag

d'n achtermiddag de namiddag d.w.z. tussen 1 (ook wel 2) en 4 uur.
van achtemiddag; 's achtemiddags: Z.eil. (doch z. plaats. vormen hieronder); Z.V.W. en O.; van achte(r)mirrrig. 's achte(r)mirrigs; van achenmirrig; van achenmirrig 's achenmirrigs: Z.B.; 's achtemiddag: Anl.; van achtmiddag; Zn.; Bh.; 's achmiddags: Bh.; Nwk.; Bns.
Goeien achte(r)middags enz.: 1. groet goedenmiddag raakt in onbruik nog gegeven d. W. (omg. Mdb.; Rtm.; Mlk.; Dob.); Z.B. (Hkz.; Ha.); D. (Bns); Z.V.W. (Sls.); L.v.Ax. (Hok.); L.v.H. (Lam. Gra.); Hlt.
2. als uitroep v. verbazing verrassing: Z.V.W. (Bks.; Cz.; Atm.).
Kiek dao slao ouwe Jan ten ondersteboven in de modder! - Nêê mao goeien achtermiddag!: Atm.