Zeeuws woordenboek

Zoek voor termen
Begint met Bevat Exacte termIk doe een gok

Woordenlijsten

Term Definitie
'n babbiel

'n babbiel een babbelaarster: grensstrook Z.V.O. (Js.; Cg.; Gra.).

'n baekenton

'n baekenton(ne) -tunne baokenton(ne) een tonvormige boei: m.m. W. (Mdb.; Amd.; Vre.; Vwp.); Z.B. (Ndp.; Ha.; Kpl.; Wmd.; Ier.; Kn.); N.B. (Col.); T. (Tln.; Ovm.); Phi.; Sch.-D. (Zr.; Rns.; Bh.; Bwh.; No.; Ekz.; Bns.); L.v.Ax.: baekertunne: G. (Gdr.) baekerton: Ofl. (OGp.).
'n kop az'n baekentonne enz.: een groot. rood hoofd: W. (Mdb. en omg.); Z.B. (Ndp.; Kpl.); Sch. (Zr.; Rns.); Ofl. (Ogp.).
Zie:
boe:ie.

'n baelegat

'n baelegat: iem. die met z'n achterste draait bij het lopen: Z.V.W (Bvt.).
Zie:
baggelgat.

'n bangeschieter

'n bangeschieter een bangerik: W.; Z.B. (Lwd.); N.B. (Kam.); T. (Scherp.); Sch. (Zn.); Z.V.W.; L.v.Ax.; L.v.H.1); Hlt.; bangschieter: Odt.; -schijter: Ogp.; Azn.
Zie:
bangebroek.
1) zowel ie als ij.