Zeeuws woordenboek

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
'ombreke

ombreke(n) (landbouwterm): oppervlakkig omploegen de stoppels onderploegen: geg. d. Sch. (Zr.); Z.V.W. (Rtc.); Ofl. (Azn.). Aant.: volg. Dl. opbreke(n).
Zie:
valte(n).

synoniem(en) - 'ombreken
'omgae

omgae(n) (klemtn. op gae(n))1); bv.: Dà kajje nie omgae(n): vermijden ontlopen: m.m. geg. d. W. (omg. Mdb.; Ok.; Grij.); Z.B. (Gs.; Kpl.; Wmd.); N.B. (Col.); T. (Mtd.); Sch.-D. (Kwv.; Otl.; Ow.) vooral ouderen.
Opm.: voor lett. bet. een omweg maken.
Zie:
om(me)gae(n).
1) van deze en volgende samenstellingen tot omklaoie(n) is de vorm met omme- niet gegeven.

synoniem(en) - 'omgaen
'omgevige

omgevige omgeving: Z.B.; N.B. (Col.); T. (Mtd.; Scherp.; Anl.; Po.); Sch.-D. (Zr.; Elm.; Srd.; Zn.; Ng.; Rns.; Sjl.). Aant. Ng.; Rns.: ouderw.
Opm.: overig. omgevieng(e) doch zie:
bejegenienge.

't aflat

't aflat 't oflat afdak schuurtje m. afdak gedekt meestal v. hout en indien met pannen gedekt niet beschoten: W. (Amd.; Mlk.; Dob.; Wkp.; Ztl.); Z.B.; N.B. (Wsk.); Phi.; Sch.-D. (Bh.; Rns.; Kwv.; Ow.; Bns.); Z.V.W. (Cz.; Bks.; Atm.); G.; Ofl. (Mdh.; Ogp.); 't oflatte: Ow.; 't oflaet: Z.B. (Ktg.); Sch. (No.).
Aant. Wkp. onderscheidt oflat aangebouwd tegen huis of schuur; ofdek alleenstaand; Kpl. oflat tegen een schuur ofdek tegen een woning; Rns.  oflat met latwerk afgeschoten ofdek open; T. en Bns. noemen 't oflat: het vertrekje of houten hokje tegen het huis waarin de achterdeur; soms als benaming v. h. zijschip het (lagere) zijgedeelte v. e. schuur. Dob.; Aag.
Als spotnaam : 't Aflat voor Aagtekerke: Dob.
Zie:
afdek;
uutlat.

Illustratie

synoniem(en) - 't oflat