Woordenboek supplement (in onderhoud)

Zoek voor termen
Begint met Bevat Exacte termIk doe een gok

Woordenlijsten

Term Definitie
gladdigheid

gladheid,   Alg.

Aant.:  glattigeid  naast  gladdigeid geg.

  1. Mtd; ZVW; Klz.
geitebiele

1. lett. halsband voor een geit of schaap van een flinke wilgentwijg. Aan het ene eind van de twijg zat een gat waar het andere eind, in de vorm van een zwa­ luwstaart, doorgestoken werd, W

gesteven boord, vadermoorde­ naar, geg. dr. Kod, Osb. Zie: bóórd, stikt-de-moord-boord, kol, dome­ niesbóórd, melkkanne, mispit'ein, ra­ opeschelle.

 

gegrepe

in de uitdr.: gegrepen wezen: bekeerd zijn: geg. d. Mdh; Smd. Zie: overbugienge;  overtu­ gienge; veranderen.

gefoefel

iets doen  wat niet in orde is, zvw.