Woordenboek supplement

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
pinozzel

kribbebijter; humeurig mens, ZB (Han; Wdp: pineuzel ); T (Anl:oud; LvH (Klz); ZVO: pinezel. Vgl.: sja­ grienvreter (etc.).

pittig

in de uitdr.: ie is  noga  pittig: hij wordt gauw kwaad, driftig: GOfl (Smd).

pjèrtjesmeulen

Zie draoierij.

plakkerig

in de uitdr.: plakkerig weer: zwoel, drukkend weer: ZVW (Gde). Vgl.: Zie: doef; lam­ menoadig; loof; lomig.