futig

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
futig

onverzorgd, geg. d. Kam. Zie: puuïg; mutig; 'oender; fleuke; luzig; pluzig; tiekig; bozzig; poezelig; schraepjes; wa(n)raekt; vent; schiete­ rig.