'teuten

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
'teuten

 

  1. klungelen, treuzelen, W (Aag); ZB (Bzl); NB (Ks); ZVW (Cz ook trunte­ len; Zz ook trunten); Vgl.: eute­ peuten; teutebell'n.
  2. druk (staan) praten, GOfl (Dl;Hkg). Zie: teuta