Woordenboek supplement (in onderhoud)

Zoek voor termen
Begint met Bevat Exacte termIk doe een gok

Woordenlijsten

Term Definitie
achterschof

verhoogd schot van lat­ werk aan de menwagen voor het zgn. peemenne(n), geg. d. Gde. Vgl. achter­ schof, WD 6a. Zie: peerek, voorschot, voorschof, achterschot, schof. Zie afb. achterin  onder  menwaegen

achterrêêpe

staartriem van het paarde­ tuig, ZB (Ier;  Kn;  Wmd).  Aant.:  de vorm achterrêêpel nst. -rêêpe geg. d. Wmd.

achterover

in de uitdr.: 'n stommen achterover: onnozele dwaas: geg. dr. Vwp; Hrh. Zie: wietelaor, wietelewaoi, wietel, wietele-donkie, wutere, sukke­ laer, duts, onnozelaar; sok'oen, weetnie.

achteropzie

in de uitdr.: je cènten achterop zie:e(n): spijt van een aankoop hebben: W; ZB; NB (Kg;  Ks);  T (Scherp; Svn); Sch (Dsr; Hsd; Zn; Zr). Zie: achterankieke(n), achteranzie:e(n), achteropkieke(n).