Woordenboek supplement (in onderhoud)

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
gebrek

in de uitdr.: dà bêêst doe z'n gebrek: dat beest doet zijn behoefte: Z. eil.; GOfl (Mdh; Smd). Ie doe  z'n gebrek bie ons in d'n tuun en ie begra­ eft 't nog nie àk: SchD. Aant.: Anl; Mdb tekenen aan dat de uitdr. aldaar ook voor mensen  wordt gebruikt.

gebit

bit van het paardetuig, geg. d. Ovm; Tln; Sls. Zie: tumelaer; du­ keltoom, mondstik; toom.

gebbe

polsnette, visnet aan een gaffel­ vormingestok, term bij de vis- of palingvangst, SchD (Bh; Hsd); G (Gdr). Zie polse(n), polsstok, polsnette. Vgl.: stampe(n) 2 WZD 926.

gebaereld

in de uitdr.: gebaerelde stof geaderde, gemoireerde stof: W (Rtm); T (Anl; Scherp; Svn); Sch (Zr). Aant.: gebarreld d. Zr. Zsg kent stof mee baoren.