Woordenboek supplement

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
rilligen

rillingen, ZB  (ler;Hrh); Phi. De kouwe rilligen liepe over mien lief. Zie groe(ë). Vgl.: grillen; groe(ë) WZD 294; 295; rieë 2 WZD 782; rillen 1 WZD793.

rikzwêêrte

zwoerd van rugspek, SchD (Dsr); GOfl (Odp). Zie: buukzwêêrte.

rikkemendeere

in de uitdr.: die ei niks te rikkemendeeren: die heeft niets in te brengen: Z. eil.; ZVW (Gde; Sis; Zzd); LvA (Ax; Nz); LvH (Klz); Ofl. Zie: anrikkemendeere(n).

synoniem(en) - rikkemendeeren
rietsemeratse

hals over kop, ZVW (Uzd).