| Term | Betekenis |
|---|---|
| 'opstuver | opvlieger; bloedaandrang naar het hoofd, ZB (Ktg); NB (Col). Vgl.: vlaog(e); rooie(n); opstieging; vapeur. |
| 'opstoken |
stuiken, door slaan en stoten metaal in lengte samendrukken (bijv. ijzeren banden), ZVW. |
| 'opstieging |
opvlieger; bloedaandrang naar het hoofd, W (Vs). Vgl.: opstuver; vlaog(e); rooie(n); vapeur. |
| 'opstaerten |
op stang jagen, geg. d. Kpl. Zie: buijer; Jonger; wit; kas(se); pplae ten. |