Zeeuws woordenboek

Zoek in het woordenboek

Woordenboek(en)

Term Betekenis
zanpit

zan(d)pit -put 1. zandafgraving: m.m. Z.eil.; Z.V.W. (Cz.; Sdk.; Gde.; Rtc.); G (Gdr.); Ofl. (Dl.). Aant.: Op W.; Sch.-D. in 't bijz. zandafgravingen in de duinen. Zan(d)pitten die niet meer afgegraven werden waren geliefde kinderspeelplaatsen. Zo op W. de zan(d)pit van Duunvlie:t van Westóve van Berkenbos; op Sch. de zan(d)pit in 't Eibos in 't Kattenbos en de zan(d)pit in d'Aene; d.d. burgerij werden ze kuilen genoemd.
2. zandlaag onder de kleilaag (vooral v. weiland); W. (Njoos.); Z.B. (Ha.; Ovz.; Hkz.; Hdk.; Kwd.; Gs.; Kpl.; Kn.; Wmd.); N.B. (Col.); Z.V.W.; ook zandkop: Ktg.; Zan(d)pitten maeke de weien slecht: Ovz.
Aant. Hkz.: in polders in deze omgeving ligt vaak onder de teelaarde een laag zuiver zeezand ('n zandpit) van 1 m diep deze laag wordt dan na verwijdering v. d. bovenlaag tot op het grondwater afgegraven en de teellaag wordt weer in de pit gebracht. Aant. Ovz.: ook uitgegraven laag gelegen stuk weiland wordt zandpit genoemd als daaruit het zand eschote is (z. bij zand).
Zie:
zandplaete (2.).

synoniem(en) - zandpit
zanke

zanke bundel handvol nageoogste aren zie:
zante.

zangerig

zangerig 1. zandig zie
zanderig;
2. zeurig zie:
zangelig.

zangelig

zangelig (v. e. klein kind): lastig zeurderig: Z.B. (Kb.); Sch.-D. (Kwv.; Ow.); zangerig (bijv. v. pijn): Mdh.; Smd.
Zie:
jengelig.